Op zijn Chinees

Samenvatting

De missie van een Nederlands congresorganisator om in China met een Chinese collega, die onervaren is maar uiterst diplomatiek, een internationaal congres te organiseren, lijkt aanvankelijk eenvoudig. Tijdens hun vele reizen door China, van het zuiden tot aan het grensgebied met Siberië, groeit een vriendschap tussen beide mannen. Deze wordt evenwel op de proef gesteld als de Nederlander zijn voorliefde voor Tibet heeft uitgesproken en hij over zijn intrigerende ontmoeting met de Dalai Lama verteld heeft. 

Als tijdens een werkbezoek aan een congres in Australië blijkt dat de Chinese collega meer interesse heeft in grand slam tennis dan in confereren, dan is het de vraag of de opdracht wel kan slagen. Een herinnering aan het verblijf in Moskou op het moment van de Augustus-coup, vormt in deze ‘verhalenroman’ een buitenlands intermezzo.

""Schitterende verhalen. Op zijn Chinees is de samensmelting van een roman en een reisreportage."

-De Vrijzinnige Lezer

Recensies

Hans van Hartevelt voert een Nederlandse congresorganisator op die een jaar lang moet samenwerken met een volstrekt onervaren Chinese collega. De twee reizen door heel China, wat verhalen oplevert over hilarische eet- en drinkpartijen, de imposante cultuur en de chaos van alle dag.

(De Volkskrant) 

De lezer verveelt zich nauwelijks in zijn collectie van pittige anekdotes over zijn uitstapjes in Beijing, Harbin (het Parijs van het oosten), Tibet, Australië en Moskou. 

(Knack)

Depressie over Java

Samenvatting

Twee mensen die voor langere tijd op Java op elkaar zijn aangewezen, oordelen heimelijk over elkaar. Waarom loopt hun relatie steeds stroever? Is het omdat haar Javaanse opvoeding – die ingetogenheid, zelfbeheersing en respect voor sociale en politieke verhoudingen voorschrijft – botst met zijn Hollandse aard en gedrevenheid? Speelt het koloniale verleden een rol; hebben hun problemen met cultuurverschillen te maken; of is er een hele andere oorzaak? 

Wanneer zij is bezweken onder haar gezondheid, verheugt hij zich op een weekendje aan een tropische baai, waar hij een vrouw ontmoet die hij met filosofische overredingskracht misschien wel het leven redt. Zij – psychiater – onder invloed van emoties, bewondert hem en probeert door te dringen tot zijn gevoel. Als blijkt dat zijn moeizame verhouding met de Javaanse hem dwars zit helpt zij hem, door de vrouw op basis van zijn beschrijvingen te analyseren. Het is de vraag in hoeverre hij kan omgaan met de conclusies. 

""Een perfecte samensmelting van roman en reisreportage...interessant en ontspannend...doet de lezer wegdromen."

-De Vrijzinnige Lezer

In passie verdronken

Samenvatting

Lawaai en geluiden krijgen steeds meer vat op Johan de Keyser, de reisleider die bezeten is van Bach. Op bootreizen door de jungle van Costa Rica, tussen ruïnes van de maya’s in Guatemala, en op paradijselijke eilandjes in de Stille Zuidzee, weet Johan zijn obsessie te verbergen.

Terug in Nederland, probeert hij aan de herrie van de stad te ontsnappen en laaft zich aan stilte, die voor hem als de symfonie van het leven klinkt, en aan Bach, zijn grote passie. Maar ook in zijn nieuwe toevluchtsoord, dat hij aan de Zuid-Hollandse plassen vindt, spannen zijn hoogontwikkelde gehoor en zijn plichtsbesef samen tegen de ooit zo onbaatzuchtige Johan. 

Noch de vrouw van zijn leven, noch zijn jeugdvriend, niemand eigenlijk, begrijpt dat geluiden voor Johan een obsessie zijn. Wanneer zelfs muziek van Bach niet meer als vluchthaven kan dienen, woekert de neurose verder tot een levensbedreigend gezwel.

"“Zijn beste roman tot nu toe."

-Maarten ’t Hart

Recensies

In elf hoofdstukken beschrijft de auteur het lijden van de hoofdpersoon Johan de Keyzer: hij is bezeten van de muziek van Johann Sebastian Bach en ziekelijk allergisch ‘voor de alomtegenwoordigheid van het lawaai van een ziekmakende maatschappij’. Afgewezen op het conservatorium, maar als geslaagd student Spaans en kunstgeschiedenis bezoekt hij als reisleider landen in Midden-Amerika. Hij ontmoet op een ambassadefeest in Costa Rica een vrouw, die als uitgeefster van een internationaal kunstenuitgeverij hem een aantrekkelijke schrijfopdracht bezorgt. Zij is weduwe en heeft een kind. In de langzaam groeiende relatie ontwikkelt zich zijn allergie tot een levensbedreigend drama. Goed geschreven verhaal, waarin de liefde voor Bach voor deze freak een monomane functie heeft.

(Dr. Theo Hoogbergen – Biblion)

Portret van een onevenwichtige jonge man die binnen- en buitenwereld nooit met elkaar heeft kunnen verzoenen. Tegenover de absoluutheid van Bach moet alles wel tekortschieten.

(Leeuwarder Courant)

U schreef een prachtig boek. Ik las het in één keer uit. Ik kon het niet nalaten, direct na het lezen van uw roman, mijn bewondering op papier te zetten.

(Geschreven in persoonlijke brief door Ton Koopman, dirigent en autoriteit op het gebied van Bach)

Ik heb je boek met veel plezier gelezen, en op de reactie van Ton Koopman mag je trots zijn.

(Paul Witteman)

Aan geluid ten onder. In ‘De binocle’, verhaal uit 1918 van Louis Couperus raakt een hypernerveuze schouwburgbezoeker, die vanaf het balkon ‘Die Walküre’ volgt, zo geobsedeerd door de kale schedel van een bezoeker in de zaal dat hij er tenslotte zijn binocle naartoe smijt (die overigens een ander treft). Obsessieve, pathologische personages die in de literatuur van rond 1900 ook voorkwamen in de romans van bijvoorbeeld Van Oudshoorn of Coenen en in hun vervreemding van de normale samenleving al aardig modernistisch aandoen.

Zo’n personage, door zijn obsessie onafwendbaar op het noodlot afstevenend, treffen we ook aan in de beklemmende roman In passie verdronken van auteur Hans van Hartevelt. De hoofdpersoon heet Johan. En waarom ook niet in een roman die klinkt als een ode aan Bach.

Deze op het oog rustige Leidse student Spaans ontwikkelt niettemin algauw een verontrustende geluidfobie, die met elke bladzijde toeneemt en zijn agressie aanwakkert. Tot hij zelfs bij het gladstrijken van een programma door een andere schouwburgbezoeker bijna door het lint gaat. In deze als onverdraaglijke kakofonie ervaren buitenwereld lijkt de muziek van Bach lang gids en redding bij werk, liefde en op zijn woonboot in het Zuid-Hollandse polderland. Dat Johans einde hoe dan ook in de boeken geschreven staat, valt op te maken uit met name het Leitmotiv ‘water’ dat soms helder en dan weer nadrukkelijk donker door het verhaal stroomt. Eigenlijk lang geen gek geschreven boek. 

(Eindhovens Dagblad)

De kwelling

Samenvatting

Er passeert geen dag zonder dat wij ons in onledigheid kunnen vermaken met moord en doodslag. Wee de dag waarop de knop niet kan worden omgedraaid, waarop het boek niet kan worden dichtgeslagen, waarop moord niet plaatsvindt in een andere stad, niet gepleegd is onder criminelen, maar bijna onder je eigen ogen. Vrees het moment dat daders worden gezocht in eigen kring, jouw geliefde kring, dat zelfs jij als Kaïn wordt heengezonden terwijl je rouwt omdat ook jij het slachtoffer hebt gekoesterd. Intussen dool je rond in vertwijfeling en grievend zelfverwijt, omdat jij het – misschien, misschien – toch had kunnen voorkomen. 

Hans van Hartevelt schreef met De kwelling een beklemmende roman over de ondenkbare geschiedenis van misdaad in eigen kring.

"Spannend met een opvallend inlevingsvermogen in alle bij het drama betrokken personen."

- Dr. Theo Hoogbergen

Recensies

Voorafgaand aan de verschijning van De kwelling maakte de schrijver in enkele interviews duidelijk dat het verhaal over ‘moord in eigen kring’ gebaseerd is op de werkelijkheid: dader en aanstichter allemaal goede bekenden van de schrijver. ‘Wat ik wilde beschrijven,’ verklaarde hij, ‘was wat het betekent als zoiets verbijsterends in je eigen omgeving gebeurt, als zowel slachtoffer als aanstichter uit je eigen omgeving komt.’ 

Van Hartevelt kon gebruikmaken van zijn dagboeknotities, dus ‘de feiten kloppen’, maar om al te directe herkenning te voorkomen, is de hele setting van het verhaal verder gefingeerd en komt het boek de wereld in als een literaire thriller, met alle conventies van het genre: een fragmentarische opbouw met veel tijdwisselingen, het achterhouden van gegevens, het creëren van onzekerheden en het doen van suggestieve verdachtmakingen.

(Meander 259, Kort Proza (J.L.))

In twintig korte hoofdstukjes ontrolt zich het beklemmende drama van een moord op een mysterieuze, ondoorgrondelijke vrouw van 34 jaar … Plotseling blijkt iedereen verdacht. Uitlatingen, brieven, e-mail, verhoudingen, relaties worden in verband gebracht met de vreselijke en bijna ondenkbare geschiedenis. De beschuldigingen komen wel heel dicht bij, verdachtmakingen, insinuaties, vroegere gesprekken, relaties, financiële transacties. 

Niets lijkt de echte moordenaar te kunnen onthullen. Ook het gerechtelijk proces schept geen helderheid. Een onverklaarbare zelfmoord en de dood van een andere medewerker geven wel of geen oplossing. Spannend met een opvallend inlevingsvermogen in alle bij het drama betrokken personen. Geen misdaadroman maar een roman over een misdaad.

( Dr. Theo Hoogbergen – Biblion) 

Vreemd eten

Samenvatting

Eten om te overleven, eten op een Nederlands staatsdiner, eten tot de dood erop volt, eten onder armen, eten als obsessie, eten zonder smaak, eten dat wordt opgedrongen, verzaakt, geschrokt, tegen heug en meug wordt opgegeten; gegeten worden…

Na vier romans publiceert Hans van Hartevelt zijn eerste verhalenbundel. 

"Van Hartevelt schreef eerder al vier romans, maar nu bewijst hij in de zwaar onderschatte discipline van het kortverhaal dat hij een groot talent is."

-Bart Van der Bruggen

Recensies

Kortverhalen schrijven lijkt makkelijker dan een hele roman, maar goede kortverhalen zijn zeldzamer dan goede romans. Verhalenbundels hebben daardoor meestal iets onbevredigends: wat je leest, is soms niet slecht, maar echt wild kan je er zelden van worden. Vreemd eten is een uitzondering: voor één keer krijg je hier verhalen op hoog niveau, (bijna) stuk voor stuk literaire kunststukjes. Veertien verhalen zijn het, allemaal rond het thema ‘eten’. Maar dan wel telkens op een opmerkelijke manier. Het gaat over het verschil tussen honger en trek, zoals het ervaren wordt na een hongerwinter, over begrafenisrituelen in Tibet waarbij het niet gaat om eten maar om gegeten worden, over een exclusief diner onder diplomaten in het straatarme Benin, over hongeren in een klooster in Thailand, een schranspartij in Rusland met een overdosis vet en alcohol…

Allemaal eten dus, maar op een bijzondere manier. Hans van Hartevelt richt zich op het genot, de noodzaak, de entourage en de locatie van het eten. Soms lopen die aspecten nogal door elkaar, en er is geen duidelijke indeling. Maar dat is ook niet nodig. De auteur heeft heel veel reiservaring, en dat verwerkt hij in veel van zijn verhalen. Er zijn verhalen die zich afspelen in Zuid-Afrika, Benin, Tibet, Thailand, Indië en Rusland, waardoor je meer dan in enig ander boek de wereld rondreist. Maar evengoed is er een verhaal over iemand die onderzoeken moet ondergaan in een polikliniek en voor wie de ziekenhuisprak een bijzondere betekenis krijgt als hij opnieuw ‘mag’ eten. En als je meegenomen wordt naar Zuid-Afrika, zit de link met eten in een grote tros bananen gekocht door een deelnemer aan een congres die zich vervolgens op een erg naïeve manier laat bestelen. Heel divers dus, vol verrassing, en dat maakt deze bundel net zo boeiend. Geen twee verhalen lijken op elkaar.

Van Hartevelt bewijst ook een natuurtalent te zijn, met aanleg om verhalen te vertellen. De spanningsboog in elk verhaal is perfect opgezet, wat geen sinecure is als je alles wil gezegd krijgen op een beperkt aantal bladzijden. Onveranderlijk wordt er een betoverende sfeer gecreëerd die je meesleept in een setting ver weg van hier, in een ander land of in heel andere omstandigheden. Van Hartevelt schreef eerder al vier romans, maar nu bewijst hij in de zwaar onderschatte discipline van het kortverhaal dat hij een groot talent is. Schijnwerpers, graag.

[Bart Van der Bruggen]

(31/12/2009 – Copyright (c) Vlabin-VBC – bron: De Leeswolf)

Het korte verhaal is sinds jaar en dag het ondergeschoven kind van de literatuur. Juist het kortverhaal, zoals de Vlaming het noemt, krijgt zelden de aandacht die het verdient. Neem Vreemd eten, de verhalenbundel van Hans van Hartevelt, waarin veertien verhalen rond het thema eten staan. Eigenlijk vergeet je die thematische opzet van de bundel al snel. De verhalen verschillen zoveel van elkaar, qua toon en onderwerp, dat ze het ook zonder die bundeling hadden gered. Voedsel, het eten ervan en waar dat gebeurt, het genot of de walging die het teweeg brengt, biedt mogelijkheden tot variatie die Hans van Hartevelt ten volle heeft benut.

Ruim 25 jaar reisde de auteur rond de wereld. Hij bezocht meer dan dertig landen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika. In Vreemd eten hebben veel van zijn ervaringen in het buitenland, maar ook die in Nederland, hem geïnspireerd tot het schrijven van een uiterst plezierige verhalenbundel.

Doorgaans zal de lezer vooral voor de exotische verhalen gaan. Vreemd eten bedient de lezer daarbij op zijn wenken. In ‘Hemels maal’ reist van Hartevelt af naar Tibet. Onderweg naar een nog te ontsluiten witte vlek op de kaart van de wereld, eet hij mee van wat de pot schaft. Een meereizend levenloos lichaam in een lijkwade van ruwe jute blijkt niet echt bevorderlijk voor de eetlust.

‘Poppenkast’ is wellicht het beste verhaal in de bundel. Het speelt zich af in Mali. Sebastiaan moet opdraven op het diner dat de Franse ambassade in het poenige l’Amitié in Bamako heeft georganiseerd. Projectleiders uit de hele wereld zijn aanwezig om de bestorming van de Bastille te vieren. Uiterst precies wordt die copieuze maaltijd beschreven, iedere wijn, elke Crémant, zowel de soupe aux grenouilles als de rivierkreeftjes à la chablisienne, het kalfsbiefstukje met cantharellen, de patrijs en de ganzenlever als het citroenijs, krijgen alle aandacht. Maar de weerzin van Sebastiaan is groot. Hij kent de omstandigheden buiten deze culinaire wereld te goed. Weet dat kinderen een paar meter verder van de honger sterven. Dat het verschroeide land dorst naar het water dat wel voorradig is als de exotische tuin van het hotel besproeid moet worden. Dat hoertjes zich voor luttele euro’s verkopen zodra hij maar even het terrein van dat hotel verlaat. Het hek ertussen scheidt twee werelden die nergens samen te lijken komen.

Haaks op het culinair genot in ‘Poppenkast’ staan andere verhalen waarin dat wat er gegeten wordt minder smakelijk is. In India zijn het de pepers, in Rusland de grote hoeveelheden stamppot, de wodka en de haar in de keel, die tot misère leiden. Dat buitenlanders ons eten als vreemd eten ervaren, toont Hans van Hartevelt in het verhaal ‘Hollandse Chinees’. Het is het verhaal van de ultieme wraak na eetervaringen in China waarbij honden, slangen, beer, rat, pad en muis opgegeten moesten worden. Nu de Chinese collega in Nederland is, krijgt hij een koekje van eigen deeg. Haring met uitjes en Leidse kaas met komijn op wittebrood krijgt hij voorgeschoteld. Gerookte paling blijkt voor hem iets heel anders dan gekookte of gebakken slang. Met moeite weet hij de lijkenvreter weg te krijgen. En vervolgens krijgt hij aardappelpuree, blauwaderkaas en mosselen. Het is een heerlijk verhaal, vol humor.

En zo staan er meer in deze bundel. Maaltijden op Cuba, waarbij dames net zo smakelijk beschreven worden als het eten, oer-Hollandse tafelgesprekken over de begrippen ‘honger’en ‘trek’, eigenlijk maakt het helemaal niet uit waar ze zich afspelen. Ieder verhaal is een aanleiding voor de auteur om alles eruit te halen wat erin zit. Hans van Hartevelt doet denken aan een chef-kok die met niet meer dan wat worteltjes, uien, paprika en een stuk kip in staat is iets op tafel te zetten dat je niet snel vergeten zal. Zijn bundel komt overeen met een goed diner. Je vindt er de amuse, het voorgerecht, het culinaire hoogtepunt en het verrassende toetje. Een beschaafde lezer consumeert deze bundel in alle rust.

(Ezra de Haan; Schrijver, dichter en journalist – Literatuurplein.nl)

Van eet-idioterie bij een staatsdiner tot kauwen op voedsel terwijl je geen smaak meer hebt, puur om te overleven, dat zijn de onderwerpen waar Hans van Hartevelt over schrijft. Hij zwierf ruim een kwart eeuw over de wereld en verzamelde zo zijn veertien verhalen met als centraal thema, eten. “Niemand heeft hier aandacht voor elkaar, er is geen seconde te verliezen. Tongen klakken, smakken, vingers vegen vliegen achteloos van lippen, om conversaties malen monden niet. Maar stil is het geenszins, want afgekloven botten, schoongelikt vel en kaalgevreten kraakbeen worden rochelend op de grond gespuugd.” Fascinerend.

(Will Jansen – Bouillon! Nr. 21)

In veertien verhalen laat de veelbereisde schrijver de verschillende aspecten van het consumeren van voedsel de revue passeren. In het verhaal ‘Reizend circus’ worden treffend de voorbereidingen van een staatsbanket beschreven. De strakke planning, het drillen van de studentobers, het constante waakzame oog van de organisator of alles goed is voorbereid. In ‘Rijnland’ draait het om een ziekenhuislunch die de hoofdpersoon na tal van onderzoeken eindelijk mag nuttigen. 

Het taalgebruik is bloemrijk en beeldend, wat het centrale thema alleen maar ten goede komt. Zoals in ‘Startschot’, waarin een vertegenwoordiger op een congres in Cuba het startschot mag geven voor een buffet en de bezoekers zich vervolgens vol overgave en agressie op de tafels met schitterende gerechten storten. Een vermakelijk boek voor wie van eten en lezen houdt.

(Arjen van Meijgaard – NBD/Biblion)

De voorbestemming

Samenvatting

Hoe kan het dat twee mensen, die elkaar voor het eerst ontmoeten, zo’n weerzin voelen voor elkaar? Waaruit zijn liefde en haat op het eerste gezicht eigenlijk te verklaren? Is het een herkenning uit het verleden, of is het een associatie, een kleur die iemand uitstraalt, de geur?’

De route voor Henri is uitgestippeld, hij is in de wieg gelegd om het familiebedrijf voort te zetten. In een internaat wordt hij gevormd, misvormd. Daar creëert hij zijn eigen wereld. Thuis teruggekeerd is Henri veranderd in een marmeren mens. Als hij schande over de familie dreigt te brengen, grijpt zijn vader in. Terwijl de jaren zestig zijn losgebarsten, verzandt Henri in een kille wereld en hij loopt vast in zijn relaties. Tegen wil en dank volgt hij zijn vader op, de dominante man, die Henri verrast met zijn testament, hem een meesterwerk in beheer geeft maar het schilderij nalaat aan een onbekende.

Een schilder neemt hem jaren later bij de hand en legt hem uit dat kunst een vorm van overleven is. Henri wordt gegrepen door de wereld van de nuchtere schilder en door zijn theorieën over kunst. Ook de schildersvrouw trekt aan hem en voert hem mee in haar mystiek. Zij zegt dat energie van mensen nooit vergaat, ziet hem in een vorig leven, gelooft niet zo in toeval. Het verleden speelt op, Henri moet keuzes maken. Maar kan iemand die lijkt voorbestemd wel kiezen en de regie nog in eigen handen krijgen of wordt hij meegesleurd als in een achtbaan? Hangt de route samen met het verleden, of is alles puur toeval in het leven?

"De voorbestemming van Hans van Hartevelt is zijn meest ambitieuze roman tot nu toe."

-Ezra de Haan

Recensies

De voorbestemming, de titel van het boek, roept meteen allerlei associaties op. Je denkt bijvoorbeeld aan predestinatie. Van Dales Groot woordenboek van de Nederlandse taal omschrijft dat als ‘goddelijke voorbeschikking van de mensen, hetzij tot eeuwige heil, hetzij tot verdoemenis.’ Ook denk je meteen aan het lot, het karma. In dat geval zou het boek over de loop der gebeurtenissen moeten gaan zoals die beschikt zijn. Het woordenboek noemt meteen ook het noodlot.

Hans van Hartevelt heeft dus voor een titel gekozen die verwachtingen wekt. Vragen we ons allemaal niet regelmatig af hoe groot onze invloed op ons eigen leven is of dat alles al van tevoren is voorbeschikt? Van Hartevelt was even god in het diepst van zijn gedachten toen hij deze roman schreef. Schrijvers bepalen ten slotte het lot van de personages in het boek. Ze kneden hun karakters, brengen hen in een lastige situaties en weten de lezer tot de laatste pagina te boeien door net dat te laten gebeuren wat niet echt voorspelbaar is. Ze bepalen het karma. Juist het woord karma omschrijft het best wat zich in deze roman afspeelt: ‘het bepaald-zijn van iemands lot door de som van zijn daden in zijn opeenvolgende existenties.’ Dit betekent echter niet dat dit een roman is waarin het boeddhisme een grote rol speelt…

In De voorbestemming volgen we het leven van Henri Sjardijn, iemand voor wie het leven al totaal is uitgestippeld. Niet door goden of een god maar door zijn vader. H.J. Sjardijn is de oprichter en eigenaar van de Onroerendgoedmaatschappij voor Belegging en Exploitatie, een man met maar één doel voor ogen: zijn zoon Henri zal de Maatschappij ooit leiden. Hij eist dan ook het uiterste van de jongen. Ook als hij de beste van de klas is met een rapport met gemiddeld achten doet Sjardijn het af met middelmaat. Daadkracht en doorzettingsvermogen, daar draait het om in het leven.

Wie slechts ‘achtjes’ haalt verdient niet beter dan naar een internaat gestuurd te worden. En zo wordt de jonge Henri van de ene dag op de andere van school gehaald en naar een internaat in Frankrijk overgebracht. Heimwee en bedpassen maken het er voor hem niet makkelijker op. Vooral niet omdat het laatste hem lijfstraffen oplevert met de roede. Als zijn moeder tijdens zijn afwezigheid dan ook nog eens overlijdt, is het duidelijk dat hier iemand voor het leven wordt beschadigd. Toch blijft Henri proberen om te voldoen aan de strenge eisen van vader. Zo toont hij geen enkele emotie op school na de begrafenis, doet hij alsof hij onaangedaan is. Hij wil sterk zijn. Superieur.

 Zoals zijn vader het heeft uitgestippeld, studeert Henri economie in Amsterdam terwijl hij in Den Haag woont. Zijn enige vrijheid zijn de danslessen die hij volgt. Daar ontmoet hij Aline, een eerstejaarsstudente van de kweekschool. Ze wijst hem op de mogelijkheid van een eigen keuze. ‘Als ik iets geleerd heb in het leven dan is het wel dat luxe onbelangrijk is en dat alles zou moeten draaien om passie. Waarom ga je niet je eigen weg? Volg je hart. Niemand kan je dwingen.’

 Wat voor haar vanzelfsprekend is, blijkt voor Henri iets waarover hij zelfs nog nooit heeft nagedacht. Hij heeft gedaan wat er van hem werd verlangd. Liet zelfs zijn liefde voor het tekenen varen. Ook over het toeval praat hij met zijn vriendin. Die beweert dat het niet bestaat. En daarmee hebben we de twee mogelijkheden van de oorzaken van ons lot op een rijtje: toeval en voorbestemming.

 Hans van Hartevelt stopt heel listig ingrediënten in deze roman die pas heel veel later echt betekenis krijgen. Zo speelt een schilderij met de naam Het tuinfeest een belangrijke rol. En ook de schetsen die de nog jonge Henri maakt, blijken later noodzakelijk voor de wending die ze zijn leven en daarmee de roman moeten geven.

 Wanneer Aline kennis maakt met haar aanstaande schoonvader, blijkt ze volstrekt niet de partner te zijn die hij voor zijn zoon voor ogen had. Als ze vervolgens in verwachting raakt, beseft de lezer die weet hoe hardhandig Henri’s vader zijn leven tot nu toe voor hem op de rails heeft gezet, dat het noodlot daar is. Aline verdwijnt van de aardbodem en Henri blijft vertwijfeld achter. Daarmee eindigt ‘De opgang’, het eerste van de drie delen van de roman. De twee andere delen zijn ‘De ondergang’ en ‘De wederopstanding’. Het mag duidelijk zijn dat de auteur alles in het werk stelt om zijn romanpersonage te bewegen tot weerstand, tot revolte.

Tegelijkertijd is die daar niet echt voor gemaakt. Steeds als hij de kans heeft zijn leven naar zijn hand te zetten, merk je dat hij er eigenlijk te zwak voor is. Soms zou je hem een schop onder zijn kont willen geven. Daarmee lukt precies wat Hans van Hartevelt voor ogen had. Want wat je heel makkelijk met het lot kunt benoemen, is natuurlijk ook iemands keuze. Door Henri steeds weer op kruispunten in zijn leven te plaatsen laat de schrijver zien dat je links- of rechtsaf kunt slaan. De uiteindelijke vraag is dan weer of die ‘vrije keuze’ niet uiteindelijk tot hetzelfde lot leidt. Henri wordt steeds weer heen en weer geslingerd tussen de mogelijkheden die het leven hem biedt. Hij vergeet zijn grote liefde, trouwt een ander, krijgt kinderen, maakt carrière, pakt het schilderen weer op en vindt tenslotte zelfs een soulmate ‘die hem werkelijk begrijpt’. En toch weet zijn vader, die reeds lang geleden gestorven is, of wellicht de voorbestemming zijn leven te bepalen.

‘Het heeft allemaal met een ver verleden te maken, dat voel ik. En met het schilderij van Henri.’

De voorbestemming van Hans van Hartevelt is zijn meest ambitieuze roman tot nu toe. Hij schreef een intrigerend boek waarin alle kanten van de discussie rond karma en voorbeschikking samenkomen. Door de slimme vorm waarin deze roman is gegoten, vraagt het boek om directe herlezing. Al is het alleen al om te checken of alles wel klopt.

 

(Ezra de Haan – Literatuurplein.nl – Schrijver, dichter en journalist)

Het leven is een achtbaan, zit je er eenmaal in dan is het moeilijk om eruit te komen. En als het leven niet is wat je ervan verwacht, pak dan de kans op een verandering als die zich voordoet.

Dat is in de kern de filosofie van de nieuwste roman van de Leiderdorpse schrijver Hans van Hartevelt. ‘De Voorbestemming’ gaat over een man die als jongetje door zijn vader in een afschuwelijk Frans internaat is gedumpt. Zijn vader heeft hem, enige zoon, voorbestemd om het bedrijf over te nemen, maar Henri schildert liever. Als zijn moeder overlijdt, verhardt deze Henri zich, gaat als een autist door het leven en neemt uiteindelijk toch maar de leiding van het bedrijf over. Zijn kans om uit deze ongewenste achtbaan te stappen wordt hem geboden door zijn eerste geliefde. Maar hij is blind voor de mogelijkheid om een nieuw leven te beginnen.

Wanneer het bedrijf failliet gaat, komt hij via een nieuwe liefde in contact met een schilder die hem de theorie van de schilderkunst, maar ook die van de voorbestemming uitlegt. Het is een openbaring voor Henri, voor wie even het geluk gloort. Maar dan neemt het lot een andere wending en gaat Henri’s achtbaan razendsnel door, zonder enige kans op verbetering.

‘De Voorbestemming’ is een spannende roman die de lezer via de benauwende sfeer van een rijkeluisgezin in de jaren vijftig meeneemt naar het studentenleven van de jonge Henri in de jaren zestig om uiteindelijk in de jaren tachtig te eindigen. Van Hartevelt schetst het tijdsbeeld in de verschillende decennia door gebruikmaking van ikonen uit die tijd: Terlenka, Rutex, Eltax en later Be atles en Baghwan. Een belangrijke nevenrol is weggelegd voor een kostbaar schilderij, dat cruciaal is in het leven van de arme Henri. Dat schilderij en de nogal uitgesponnen uitleg die de schilder in het boek over het werk en de schilderkunst in het algemeen geeft, gebruikt Van Hartevelt als kapstok voor zijn eigen theorieën.

“Het gaat erom dat energie uit het verleden niet eindigt. Het is een soort getrapte predestinatie voor Henri, die de regie over zijn leven niet krijgt”, aldus de auteur.

(Leidsch Dagblad (26/11/2011) – Annemiek Ruygrok)

In deze roman staat de vraag centraal in hoeverre een mens greep heeft op het verloop van zijn leven. Een belangrijk thema is dat je niet je leven moet dromen, maar dat je je droom moet leven. Ondanks groot verzet bepaalt de vader dat Henri zijn opvolger in het familiebedrijf moet worden. Na een studie economie komt hij tegen zijn zin in het bedrijf. Henri’s zwangere vriendin wordt door de vader gedwongen spoorloos te verdwijnen. Na het faillissement van het bedrijf raakt Henri aan lager wal. 

Door een vriendin, de ontmoeting met een schilder en diens vrouw herondekt Henri zijn bestemming. Hij beseft dat hij tot dan niet heeft geleefd, maar is geleefd. En dat voor hem kunst een vorm van overleven is. De schrijver structureert de gebeurtenissen, de vragen en de mogelijkheden als in een thriller, waarbij een schilderij, een testament en het kind van Henri de dragende elementen zijn. 

Op ingenieuze wijze dragen kunstopvattingen, Indiase goeroes en telepathie bij aan de onverwachte oplossing van een geheim. Het verhaal zit stevig in elkaar en is goed geschreven. Een boeiende roman. Normale druk.

(Gerard Oevering © Biblion – Nederlandse Bibliotheek Dienst)

De verkwanseling van een kroonjuweel

Samenvatting

Bezuinigingswoede van de regering bedreigt zelfs cultureel erfgoed. Een vermaarde instelling kan ineens niet meer op overheidssteun rekenen. De oppositie roert zich, de media, het publiek. Achter de schermen wordt behoedzaam gemanoeuvreerd door bestuurders en toezichthouders van de instelling. Bewindslieden zwalken, het kabinet valt en er gloort weer hoop voor de instelling met zijn museum, theater en eeuwenoude bibliotheek.

Als de subsidie toch stopt, lijkt faillissement onafwendbaar. Waarom graven bewindslieden zich in? Is er een rekening te vereffenen? Is hier sprake van een tunnelvisie? Sluimerende conflicten breken uit, toezichthouders kibbelen, bestuurders worden vervangen, cultuur kost geld en moet uit de instelling worden weggesneden als een gezwel. De bibliotheek moet onafhankelijk worden van het Rijk; het personeel gelooft erin en vecht voor zijn bestaan.

Een interim-bestuurder zal met zijn saneringsopdracht redden wat er te redden valt. Hij regeert met ijzeren vuist en gelooft niet in sprookjes. Vernietiging van de bibliotheek is onvermijdelijk tenzij elders huisvesting wordt gevonden. Een armoedige zoektocht naar opslagruimte volgt, maar boekverbranding dreigt, totdat het arme buitenland zich roert.

"De verkwanseling van een kroonjuweel’ geeft een onthullend kijkje achter de schermen van het Tropeninstituut en de Haagse politiek. Dankzij de superieure schrijfstijl van Hans van Hartevelt is het bovendien een zeer leesbaar boek."

--Ton van der molen

Recensies

(Bregtje van der Haak – VPRO)

Een sleutelroman – zijn zevende roman – met de vaart en de spanningsboog van een thriller: De verkwanseling van een kroonjuweel. Ook al speelt het verhaal zich af in een gefingeerde instelling, de personages en gebeurtenissen doen sterk denken aan het Tropeninstituut. Er is een bestuursvoorzitter die blijft geloven dat het mogelijk is het hele instituut bij elkaar te houden. En een voorzitter van de raad van commissarissen die niet wil dat het gerenommeerde instituut onder zijn toezicht ten onder gaat. En een interimmer die de reorganisatie er in hoog tempo doorjaagt.
Hoeveel waarheid het boek bevat, wil Van Hartevelt niet zeggen. ‘Het is een roman. De lezer moet zelf uitmaken of die de waarheid ruikt of niet’, zegt hij.

(Claudia Kammer – NRC, oktober 2014)

In De verkwanseling van een kroonjuweel doet Hans van Hartevelt een boekje open over de wereld achter de subsidies en de mensen die daarover gaan. Hij beschrijft de ondergang van een vermaarde instelling die plotseling niet langer op overheidssteun kan rekenen. Zodra dit bekend wordt, komt de oppositie in actie, de media geeft er flinke aandacht aan en ook het publiek, dat het instituut op handen draagt, laat van zich horen. Maar het mag niet baten. Achter de schermen begint een schimmig spel waarin bestuurders en toezichthouders de situatie aftasten, proberen te veranderen en langzaam maar zeker voor een fait accompli komen te staan. Halverwege die strijd om een voortbestaan valt de regering. Even gloort er hoop aan de horizon. Zou het museum, het theater en de eeuwenoude bibliotheek dan toch aan de grijpgrage klauwen van de bezuinigers kunnen ontkomen? Maar ook de nieuwe regering heeft slechts één doel voor ogen: het begrotingstekort terugdringen. En cultuur blijkt wederom een vies woord voor iets dat veel geld kost. De vermaarde instelling blijkt op een faillissement af te stevenen.

Maar hoe zit het met de werkelijkheid? Hoe komt het dat de auteur zoveel over deze materie weet? Hans van Hartevelt kon en mocht natuurlijk niet uit de school klappen. Zo gaat dat. Maar hij was te veel schrijver en te zeer verbonden aan zijn bibliotheek dat hij de waarheid voor zich kon houden. In de vorm van een sleutelroman schreef hij de ervaring van zich af. Het levert een thriller op die de lezer tot verbijstering brengt. Op zich is het niet moeilijk om tot de conclusie te komen dat het boek over het befaamde Tropeninstituut gaat. Voor wie van puzzelen houdt, komen er echter meer bekende Nederlanders in dit boek voor, zij het onder andere namen. En ondanks de woede die deze roman, over de ondergang van het Nederlandse culturele erfgoed, bij mij oproept, vond ik met plezier de ware namen bij de karakters in deze roman. Types als Knapen, Bussemaker, Ploumen en van Ojik herken je snel genoeg. En ook Van der Laan in zijn rol van bemiddelaar.

De verkwanseling van een kroonjuweel is een boek dat met razende vaart geschreven lijkt te zijn. Vanaf de eerste regel word je meegesleept door de elementen die loskomen wanneer bekend wordt dat het instituut niet langer op subsidie kan rekenen. Wanhoop, woede en paniek. Het is alsof je er naast zit. Alsof een verborgen camera alles vastlegt. Kafkaiaanse toestanden, maar dan wel in Nederland, het land waarvan je dacht dat alles zo goed geregeld was…

(Ezra de Haan – Literatuurplein, oktober 2014)

Hans van Hartevelt, oud-directeur van de bibliotheek van het Tropeninstituut, schreef een roman over de teloorgang ervan.“ Ik heb niet geschreven uit rancune.” Hans van Hartevelt (1953),die al zes boeken op zijn naam had staan, heeft zijn belevenissen als directeur van de bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen(KIT)verwerkt in een sleutelroman, De verkwanseling van een kroonjuweel. Het beulswerk werd verricht door een weinig zachtzinnige interimmanager. Als hij onder de naam Dick Sergeant het boek binnenkomt, worden de verhoudingen tussen politiek, directie, commissarissen, managers en personeelsleden nog meer op scherp gezet. Resultaat: een meeslepend relaas over de teloorgang van de bibliotheek, het kroonjuweel uit de titel.

Van Hartevelt heeft een tweeledig doel met zijn boek. “Ik heb het niet geschreven uit rancune. Eigenlijk was het een collectief falen, ook van mij, waarbij ik niet begrijp dat minister Ploumen geen poot heeft uitgestoken om de bibliotheek te redden en bedrijven die het Tropeninstituut ooit hebben opgericht, zoals Shell, Unilever en ABN Amro, evenmin.

(Jos Bloemkolk – Fragment Parool, 3 november 2014)

Hans van Hartevelt maakt als ex-baas van de bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen in zijn roman De verkwanseling van een kroonjuweel van binnenuit een mooi portret van de ondergang van de KIT-bibliotheek. H ij schetst knap in zijn roman hoe de ondergang plaatsvond, en vooral hoe de nauw de verschillende betrokkenen daarin acteerden. Dat doet hij op een uiterst intelligente manier een flinke spanning opbouwend en af en toe wat satire invoegend. In dertig hoofdstukken stuurt hij de lezer naar adem happend naar het onafwendbare end. Dit stukje wansmakelijke politiek is puur horror die met meer integere bewindslui wellicht had kunnen voorkomen worden. Het is keiharde werkelijkheid maar de auteur weet het te presenteren als een roman. Een prachtige roman ook nog, want de man beschikt over een gouden pen. De verkwanseling van een kroonjuweel leest als een thriller maar is eigenlijk meer een Griekse tragedie waarover hedendaagse bewindslui maar al te graag de regie voeren.

(André Oyen – www.iedereenleest.be – november 2014)

Het kroonjuweel uit de titel is de wereldberoemde bibliotheek van een instituut dat sprekend lijkt op het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam. Voeg daarbij dat de auteur, Hans van Hartevelt, behalve schrijver ook de ex-directeur van de KIT-bibliotheek is en het moge duidelijk zijn: ‘De verkwanseling van een kroonjuweel’ is een sleutelroman over hoe de politiek de eeuwenoude bibliotheek van het Tropeninstituut wegbezuinigde.

 

Via zijn personage Van Helferen haalt de auteur zijn gram over de manier waarop tegenwoordig in Nederland wordt omgesprongen met cultuur. Het motto van het boek is veelzeggend voor de insteek. ‘Churchill werd gevraagd om op cultuur te bezuinigen om de oorlog te kunnen winnen en hij antwoordde: Then what are we fighting for?’

 

‘De verkwanseling van een kroonjuweel’ geeft een onthullend kijkje achter de schermen van het Tropeninstituut en de Haagse politiek. Dankzij de superieure schrijfstijl van Hans van Hartevelt is het bovendien een zeer leesbaar boek.

(Ton van der Molen – Hebban)

Onlangs is de nieuwe roman van Hans van Hartevelt, ‘De verkwanseling van een kroonjuweel’, verschenen, waarin het proces van afbraak en sanering wordt beschreven dat vele instituten en organisaties getroffen heeft na de overheidsbezuinigingen. Geïnspireerd op zijn eigen ervaringen als directeur van de bibliotheek van het KIT, probeert Van Hartevelt de verschillende rollen en belangen binnen een dergelijk proces weer te geven, waarbij ook een inkijk gegeven wordt achter de schermen van de Haagse politiek. (…)

Hans van Hartevelt, schrijver en voormalig directeur van de beroemde bibliotheek in het Koninklijk Instituut van de Tropen begrijpt er nog steeds helemaal niets van. Waarom heeft de overheid de bibliotheek laten sluiten? Als diverse instellingen in Nederland en de Bibliotheca Alexandrina in Egypte niet waren opgestaan, waren honderdduizenden boeken van na 1950 waarschijnlijk zonder pardon door de shredder gegaan. ‘Dit mag nooit meer gebeuren.’

(Laura Heerlien – Leidsch Dagblad, 26 september; Haarlems Dagblad, 3 oktober)

Tijdens zijn loopbaan bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam (1982-2013) heeft Hans van Hartevelt in Azië, Afrika en Latijns-Amerika tientallen adviesmissies uitgevoerd in opdracht van nationale en internationale organisaties. Zijn reizen stelden hem in staat om diep door te dringen in diverse culturen. Zijn ervaringen vormden regelmatig een inspiratiebron voor het schrijven van romans en verhalen. Zo ook voor ‘De verkwanseling van een kroonjuweel’. Prachtig boek.

(Arnold Bos – Stichting Indische Documenten, 30 september 2014)

De roman is wél zeker geslaagd als sleutelroman. In bibliothekenland zal iedereen meevoelen met of lachen om sommige van de personages. Datzelfde geldt voor de wereld van ontwikkelingssamenwerking en universiteiten, met bijkans even grote ego’s als in de politiek. Toch is deze roman verplichte literatuur voor iedereen uit de wereld van cultureel erfgoed. Van Hartevelt schetst het krachtenveld, en de soms schijnbaar onafwendbare gang van zaken. In de roman heeft slechts één persoon het voorrecht gekregen om met eigen naam genoemd te worden. Dat is de held van het verhaal, die bijna eigenhandig vierhonderdduizend boeken uit een Nederlandse bibliotheek redt van de vuilnishoop. Ergens gloort altijd hoop

(Jos Damen – IP | vakblad voor informatieprofessionals | 08 / 2014)

In ‘De verkwanseling van een kroonjuweel’ beschrijft Hans van Hartevelt, hoe door de bezuinigingsdrift van de nationale overheid, de bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen uiteindelijk ophoudt te bestaan. Het boek is in feite een aanklacht tegen de bezuinigingsdrift waarbij zelfs cultureel erfgoed niet meer op overheidssteun kan rekenen. Het woord verkwanseling geeft goed aan hoe het met ons nationale erfgoed gesteld is. Vilein beschrijft Hans van Hartevelt hoe ondanks alle pogingen de bibliotheek te behouden, deze toch door politieke keuzes gedwongen wordt andere bestemmingen te vinden voor de collecties. Niet nadat veel pogingen werden gedaan om de collectie voor Nederland te behouden. Van Hartevelt’s boek mag dienen als voorbeeld zoals niet met ons culturele erfgoed moet worden omgesprongen.

(Jo Swaen – Blik op de wereld, 8 oktober 2014)

Erik Boekestijn en Jaap van de Geer praten op ‘This Week in Libraries’ honderduit met Hans van Hartevelt over zijn studie en opleiding, zijn internationale reizen, zijn werk als voormalig directeur van de bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen en over zijn schrijverschap, in het bijzonder zijn in september 2014 verschenen roman ‘De verkwanseling van een kroonjuweel’.

Kijk hier de video.

Het is nog maar een jaar geleden dat vanwege overheidsbezuinigingen tot veler verbijstering het doek viel voor de wereldberoemde, 250 jaar oude bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam. In een interview in het Leidsch Dagblad van 26 september verzucht Van Hartevelt: ‘Het was niet nodig geweest, dat is het zure aan dit hele verhaal. We hadden tijd nodig om op eigen benen te kunnen staan, en die tijd is ons gewoon niet gegeven.’ In zijn roman, die deze maand uitkomt, probeert Van Hartevelt de verschillende rollen en belangen binnen het proces van afbraak en sanering weer te geven. Hans van Hartevelt praat erover met Peter de Rijk in het boekenuur van het programma Kunst & Cultuur op Amsterdam FM-Radio dat live vanuit de Openbare Bibliotheek Amsterdam is uitgezonden op maandag 29 september 2014.

Luister hier naar de uitzending

De ontwrichting

Samenvatting

Terwijl Adriaan en zijn gezin ploegen en zwoegen op de Emmahoeve, nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden en blij mogen zijn als ze twaalf cent vangen voor een kilo aardappelen, wordt in de wereld van de videobrillen en horlogecomputers goudgeld verdiend. We hoeven maar tien jaar vooruit te kijken en we zien dat boeren een voor een het loodje leggen, dat veel van ons voedsel wordt geïmporteerd en dat jonge consumenten geen benul meer hebben hoe en waar hun in folie verpakte eten wordt geproduceerd.

Maar als het wereldje van elektronica en telecommunicatie stilvalt, als ons land door computercriminelen in chaos wordt gestort, niemand nog iets geeft om elektronische hebbedingetjes, als iedereen wordt teruggeworpen op zichzelf en op zoek moet gaan naar zijn dagelijks eten, tja, dan worden rollen omgedraaid.

"De ontwrichting is een heel sfeervolle roman, gekruid met de nodige humor, die tot de laatste zin boeit."

--André Oyen

Recensies

In deze knappe roman kan je als lezer het boerenbedrijf langs twee kanten bekijken, enerzijds computergestuurd en anderzijds gestuurd door ‘boerenverstand’ en mensenkracht. (…) Het enge van het verhaal is dat zulke dingen niet louter en alleen science fiction zijn maar al in kleine mate hebben plaatsgevonden, remember bijvoorbeeld de Pukkelpopramp waarbij de zendmasten het hoge gsm-verkeer niet verwerkt kregen en dienst weigerden. De auteur wil op een bijzondere intelligente manier de lezer er op wijzen dat het raadzaam is om het pionierswerk van vorige generaties niet zomaar naar de prullenbak te verwijzen maar op een verstandige manier in de huidige levensstijl te verwerken. ‘De ontwrichting’ is een heel sfeervolle roman, gekruid met de nodige humor, die tot de laatste zin boeit.

(André Oyen – ANSIEL, Film- en boekenblog België, juni 2016)

Een lofzang op de boer. (…) Het is een ode aan de mensen die er dagelijks voor zorgen dat iedereen voldoende eten op zijn bord krijgt. Zijn verhaal speelt zich in de toekomst af, zo’n vijftien jaar vooruit. Van Hartevelt schetst een land dat steeds meer vertrouwt op technologie. (…) Totdat terroristen toeslaan en in één klap de elektriciteitsvoorziening en alle telecommunicatie onmogelijk maken. Het hele land ligt plat, ook de boerderij. Maar, in een mum van tijd blijken ‘ouderwetse’ trekkers en andere landbouwvoertuigen goud waard. De boerderij wordt de enige hoop voor velen. (…) Het idee voor het boek is origineel. (…) Het is de opzet van het boek die maakt dat je door blijft lezen. (…)

(Albert Heller – Nederlands Dagblad, juni 2016)

Wat zou er gebeuren als alle technische verworvenheden ons plotseling in de steek laten? Het antwoord op die vraag biedt stof voor macabere fantasieën. Het boek ‘De ontwrichting’ gaat erover. Wanneer totaal onverwacht in het hele land de elektriciteit uitvalt, mobiele telefoons dienst weigeren en alle computersystemen plat gaan, kunnen chaos, hulpeloosheid en anarchie de overhand krijgen. Het thema is in de literatuur, met name in het science fiction-genre, niet onbekend. Maar nu is ook een boek verschenen waarin land- en tuinbouw de hoofdrol spelen in zo’n apocalyptische setting. Auteur Hans van Hartevelt schetst een agrarische wereld die over ongeveer tien jaar nog veel meer hightech is dan nu, waar per satelliet vrijwel alle bedrijfsactiviteiten gestuurd worden en waar op één bedrijf een onwaarschijnlijk groot aantal activiteiten plaatsvindt. Tegelijk brengen slechte prijzen, omstreden investeringsbeslissingen en egoïstische afnemers boer Adriaan van de Emmahoeve steeds verder in de problemen. In die zin is er over tien jaar niet veel veranderd. Tot een cyberaanval door computercriminelen voor een drastische wending zorgt in dit moeilijke boerenbestaan.

(Jan van Liere – Nieuwe Oogst, januari 2017)

Amandelen voor Franciscus

Samenvatting

In “Amandelen voor Franciscus” maakt de lezer kennis met een kant van Franciscus die minder graag belicht wordt door zijn bewonderaars. Met bacchanalen maakt Franciscus – excentrieke zoon van een rijke lakenhandelaar – vrienden in Assisi, het vrouwenlichaam koopt hij met dure stoffen. Hij is ambitieus, wil ridder worden, maar belandt als krijgsgevangene in de kerkers van Perugia. Hij wordt vrijgekocht en pakt zijn oude leventje op. Weer trekt hij ten strijde om zijn adellijke titel te bemachtigen totdat een stem hem vraagt een kapel te restaureren. Zijn vader accepteert niet dat zijn geld hiervoor gebruikt wordt en sleept hem voor het gerecht. Franciscus bekeert zich, breekt met zijn vader en trekt bedelend rond om het Woord te verkondigen. De orde die hij sticht groeit snel, ondanks de strenge leefregels.

Franciscus gaat op missie en tijdens de vijfde kruistocht probeert hij in het hol van de leeuw de koning van Egypte te bekeren en strijd te voorkomen. Er groeit iets bijzonders tussen de twee mannen. De kruisvaarders richten uiteindelijk een bloedbad aan. Franciscus ziet zijn vredesmissie mislukken en verdwijnt. Wanneer Franciscus na bijna een jaar opduikt in het Heilige Land verneemt hij dat zijn orde uiteenvalt. Verzwakt maar vastberaden keert hij terug om iedereen in het gareel te krijgen, gemakkelijk gaat dat niet in het wespennest van de kerk en de orde. Aan de roep de leefregel te versoepelen geeft hij geen gehoor, ook niet wanneer Rome hem onder druk zet. Hij eist van zijn volgelingen volledige overgave, vecht conflicten uit.

Waarom is hij zo verbeten? Wat heeft hij meegemaakt en waar? Welk geheim sleept hij mee? En wie is toch die ‘broeder’ Jacoba?

De auteur maakt in deze roman dankbaar gebruik van de leemtes in de geschiedschrijving vooral met betrekking tot het verblijf van de heilige in het Nabije Oosten gedurende een klein jaar van zijn leven.

"Knappe stijl van schrijven. Hans van Hartevelt heeft andermaal een topprestatie afgeleverd met deze doorleefde en boeiende historische roman."

--André Oyen

Recensies

Knappe stijl van schrijven. Hans van Hartevelt heeft andermaal een topprestatie afgeleverd met deze doorleefde en boeiende historische roman.

(André Oyen – Lezers Tippen Lezers, België, januari 2019)

Gebaseerd op de historische bronnen kleurt de auteur in wat er gebeurd kan zijn in het jaar dat Franciscus in het Heilig Land verbleef en de jaren daarna waarin hij de leiding van de orde uit handen geeft. Het boek is zeer zeker een aanrader voor iedereen die een hele andere kant van Franciscus wil leren kennen. We volgen Franciscus zeer op de huid en we krijgen een zeer menselijk beeld van hem (Franciscus en zijn medebroeders zijn niet vies van een krachtterm). Toch is in het verhaal te merken dat de auteur gedegen bronnenonderzoek heeft gedaan.

Het boek is – ook voor mensen die vertrouwd zijn met de verhalen van Franciscus – een spannende pageturner. Dankzij Van Hartevelts vlotte manier van schrijven krijgen we een goed beeld van de worstelingen die Franciscus doormaakt evenals zijn nukken en de botsingen die dat oplevert met verschillende mensen.

(Hans-Peter Bartels ofm – Assisi aan de Maas – website van de franciscanen en de clarissen in Megen, december 2018)